Ontwerpkracht Crossovers #2: Leefomgeving van Morgen X SINO

Verweving in en tussen sectoren ontwerpen en organiseren

De potentie van samenwerking zien

Een kwaliteit van ontwerpers is dat ze potentie zien die voor anderen nog onzichtbaar is. Door ontwerpkracht zien ze de kansen van een bepaalde ontwikkeling of innovatie voor de toekomst, maar ook bijvoorbeeld van integrale samenwerking voorbij de muren van organisaties en sectoren. Welk toekomstbeeld ontstaat er als we bestaande innovaties bij elkaar leggen en deze samen doorontwikkelen? En wat als we ontwikkeling niet vanuit één sector, maar integraal en vanuit meerdere sectoren aanvliegen? Dit is precies wat Ontwerpkracht & Transities-projecten Leefomgeving van Morgen en SINO (Systeemingrepen met Impact voor Nieuwe Ouderenzorg) doen.

Vogelperspectief Living LAB 040 (Leefomgeving van Morgen)
Vogelperspectief Living LAB 040. Foto: Leefomgeving van Morgen

Leefomgeving van Morgen merkt in de bouwsector dat innovatie vaak binnen de sector en in losse projecten wordt georganiseerd, terwijl maatschappelijke opgaven als klimaat, energie, diversiteit en gezondheid vragen om een integrale aanpak. Deze versnippering is een belangrijke oorzaak voor het verlies van ambities in het langdurige proces van een gebiedsontwikkeling. Daarom creëert het project een transitieplein: een fysieke ruimte in Living LAB 040 in Eindhoven, waar betrokkenen samen het gesprek aan kunnen gaan – en waar de gezamenlijke inzet van ontwerpkracht gaat leiden tot allerlei interventies.

SINO ziet dat de ouderenzorg onder steeds hogere druk komt te staan, aangewakkerd door dubbele vergrijzing. Formele zorg is niet langer toereikend, waardoor we zorg moeten leren zien als iets dat verweven is met het dagelijks leven – en de informele sociale kring om iemand heen. Ontwerpers hebben hiervoor al interventies ontwikkeld, maar die zijn vaak tijdelijk en op zichzelf staand. Om fragmentatie tegen te gaan en te zorgen dat bestaande interventies meer zorgverleners kunnen helpen in hun dagelijkse werk, brengt SINO praktijkpartners, ontwerpers en onderzoekers domeinoverstijgend samen.


Formele en informele zorg samenbrengen

Fiona: ‘Een van de dingen die mij als ontwerper kenmerkt is dat ik vooral visiegericht werk: ik stel mezelf steeds de vraag wat ik toe kan voegen aan de maatschappij. Mijn werk beperkt zich ook niet tot één sector, maar beslaat de hele breedte van het maatschappelijke domein. Met morgenmakers werken we daarom bijvoorbeeld aan onderwijsinnovatie, maar zijn we ook betrokken bij projecten op het gebied van de leefomgeving en ouderenzorg. Op basis van onze ervaringen in de ouderenzorg, hebben we mede het initiatief genomen voor SINO.

Fiona Jongejans en Anna de Jonge (SINO) - foto Kas van Vliet
Fiona Jongejans en Anna de Jonge (SINO). Foto Kas van Vliet

We zijn met morgenmakers nu zes jaar actief met ontwerpprojecten in de ouderenzorg. Wat wij zien is dat er heel veel gebeurt, dus het ligt niet aan de energie die erin wordt gestopt. Er zijn zoveel mensen met goede intenties, die bezig zijn om de uitdagingen in de ouderenzorg aan te pakken. Waar volgens ons een kans ligt, is om al die energie samen te pakken. En dan hebben we het niet alleen over de energie van zorginstellingen en partijen in de formele zorg, maar ook de energie uit de informele zorg: van overheden en werkgevers tot ontwerpers en ondernemers, en de ouderen en hun sociale kring.

Kijken we specifiek naar energie in de creatieve industrie, dan zien we dat er veel inspirerende lokale voorbeelden zijn. Denk aan het Vergeet Mij Niet Pad van Sanne Janssen en Gerjanne van Gink, dat op een positieve manier aandacht vraagt voor mensen met dementie door middel van een blauwgekleurd bloemenpad door de wijk.

We verbinden wat er is en maken dat beter toepasbaar. Daar zit de innovatie.

Vanuit SINO werken we daarom aan verweving. Dit doen we onder meer door mensen en organisaties uit formele en informele ouderenzorg samen te brengen, door inspirerende voorbeelden zichtbaar te maken die laten zien hoe informeel en formeel elkaar versterken, en door samenhangende interventie-sets te ontwikkelen die ontwerpers handvatten geven om formele en informele zorg samen te brengen.

Wat goed is om te benadrukken, is dat onze insteek is om zoveel mogelijk te werken met bestaande ontwerpinterventies. We verbinden wat er is, schalen dat op en maken het beter toepasbaar in de praktijk. Daar zit voor ons de innovatie. Zo willen we enerzijds zorgen dat interventies niet slechts tijdelijk van waarde zijn voor de ouderenzorg, maar de praktijk op de lange termijn ondersteunen. En anderzijds willen we zo voorkomen dat we zorgverleners overvragen. Hun tijd is tenslotte schaars, en de dagelijkse druk is groot.’

Kick-off SINO - foto Lieve Galama
Kick-off SINO. Foto Lieve Galama


De wooncrisis staat niet op zichzelf

Monique: ‘Living LAB 040 is een proeftuin in het noorden van Eindhoven waar we met allerlei betrokkenen nieuwe woon- en leefconcepten ontwikkelen. Ik werk vanuit het lab vooral aan de zachte kant van innovatie. Ik ben niet de architect, maar de creatieve denker in het geheel. Ik ben altijd bezig met innovatie en ik probeer te doorgronden hoe we innovaties met verbeelding verder kunnen brengen. Ook zit verwonderen in mijn DNA. Als ik naar dingen kijk denk ik vaak: waarom doen we dit zo? En is het wel logisch dat we het zo doen? Die vaardigheid helpt me in mijn samenwerkingen in de bouwsector: een sector die aan elkaar hangt van tradities. En op die tradities lopen we constant vast, zelfs nu de vraag naar woningen en de urgentie van de wooncrisis zo groot is.

Monique Donker (Leefomgeving van Morgen) – foto Kas van Vliet
Monique Donker (Leefomgeving van Morgen). Foto foto Kas van Vliet

We zien in de bouw ook wat Fiona beschrijft voor de ouderenzorg: inzichten en oplossingen uit losse innovatieprojecten vinden hun weg niet naar de brede sector. Daarnaast is ruimte en tijd om te innoveren ook in de bouwsector schaars. In de dagelijkse praktijk van gebieds- en gebouwontwikkeling ligt de focus vooral op het op tijd opleveren van projecten, het werken binnen de regels die er zijn, en het beheersen van risico’s. Wat we hierdoor in de praktijk veel zien is dat ambities die vooraf worden gesteld, gedurende een project naar de achtergrond – of zelfs helemaal – verdwijnen. Dit leidt tot waarde-erosie: de investering in bijvoorbeeld een technisch idee is er wel, maar komt in de praktijk niet goed uit de verf. Als bouwsector hebben we wel dromen, maar we realiseren ze niet.

Zelfs nu de vraag naar woningen zo groot is, lopen we constant vast op tradities.

De projectgestuurde organisatie in de bouw zorgt er ook voor dat veel kennis over innovatie verloren gaat. In elk project moet de sector het wiel opnieuw uitvinden. Dat is waarom wij met Leefomgeving van Morgen een learning community creëren, waarin we geleerde lessen bij elkaar leggen. De community is een plek voor creatie waar we harde projectkaders en traditionele rollenpatronen uit de sector kunnen loslaten – en waar we met elkaar kennis en methoden ontwikkelen die vervolgens breed in de praktijk kunnen worden ingezet en opgeschaald. Onze partners investeren tijd in de learning community, zodat ze daarna in eigen, grote projecten juist weer kunnen versnellen.

Tegelijk beperkt de waarde van de learning community zich nadrukkelijk niet tot de bouwsector. In de community werken we daarom transdisciplinair: niet alleen professionals uit de bouw zijn betrokken, maar we werken bijvoorbeeld ook met een burger-denktank. Transdisciplinariteit is belangrijk, omdat allerlei thema’s met de wooncrisis samenhangen: van de energietransitie tot ouderenzorg en sociale cohesie. De vraag is dan ook niet alleen hoe je meer huizen bouwt, maar ook welke huizen in wat voor omgeving. Om die vraag te beantwoorden moet je thema’s samenpakken – en integraal denken en werken.

Neem ik de ouderenzorg als voorbeeld, dan ligt er een kans om woonvormen te ontwikkelen die ervoor zorgen dat ouderen langer zelfstandig kunnen wonen – met een hechte sociale kring om zich heen. Pak je deze uitdagingen samen, dan los je meerdere problemen op. Juist door ambities over sectoren heen te verbinden, zijn we niet meer bezig met het stapelen van ambities, maar zorgen we dat ambities haalbaar worden. Hiervoor is het nodig dat we transdisciplinair werken door verschillende talen samen te brengen en barrières te slechten, maar ook dat we doorgronden waarom die barrières er eigenlijk zijn.’

Leefomgeving van Morgen/ Living Lab 040-Foto burgerdenktank_2
Leefomgeving van Morgen/ Living Lab 040-Foto burger-denktank


Verbinden vanuit bescheidenheid en openheid

Fiona: ‘Erachter komen welke verschillende talen betrokkenen spreken is ook bij ons belangrijk om stappen te zetten in de samenwerking. We merken nogal eens dat betrokkenen denken dat ze hetzelfde bedoelen, maar dat ze zelfs bij het gebruik van dezelfde term toch iets anders bedoelen. Ook een term als ‘zorg’ kan op verschillende manieren worden begrepen. Wat hoort er allemaal bij ‘formele’ zorg en wat niet? Hoort preventief werk ook bij zorg? En sociaal werk?
Daarnaast kunnen zorgverleners verschillende interpretaties hebben van praktische termen. Denk aan de intake van een cliënt: we hebben gezien dat de één daar een totaal ander beeld bij heeft dan de ander. Als je ervoor kunt zorgen dat betrokkenen zich bewust worden van deze verschillen, dan kun je vervolgens met elkaar vormgeven hoe je het anders kunt doen. Verbinden is dus nodig is om verder te komen.

Een probleem helpen oplossen dat niet over jezelf gaat, vraagt om bescheidenheid.

Maar die verbinding kun je als ontwerper niet zomaar afdwingen. De rol van de ontwerper hierin kenmerkt zich wat mij betreft door bescheidenheid. Je probeert namelijk een probleem op te lossen, dat niet over jezelf gaat. Ik weet niet hoe het is om te werken in de ouderenzorg. Of om gedoucht te worden door iemand anders. Om toch te helpen, moet je durven focussen op het stukje kwaliteit dat je hebt als ontwerper – en dat toepassen. Het gaat dan bijvoorbeeld om verbeeldingskracht, en dat je vanuit het niets iets kunt scheppen. Daarin zit je kracht als ontwerper. Om goed te ontwerpen heb je dus mensen en partners nodig, die wel weten hoe de zorg werkt – of weten hoe iets voelt.’

Monique: ‘Bescheidenheid is zeker belangrijk. Aanvullend heb ik geleerd dat je jezelf kwetsbaar op moet durven stellen. Als je ergens geen kennis van hebt bijvoorbeeld, dan moet je daar open over zijn en een helpende hand durven vragen. Tegelijk moet je het ook durven zeggen als je denkt dat een ingeslagen weg niet tot succes gaat leiden – zelfs als je de diepgaande kennis niet in huis hebt.

Ontwikkeling van een nieuw woonconcept - Living LAB 040
Ontwikkeling van een nieuw woonconcept - Living LAB 040

Dit is niet makkelijk in een sector die risicomijdend is en werkt op basis van harde feiten, maar tegelijkertijd is dit voor mij waar innovatie en transities om draaien: het loslaten van het vertrouwde en het omarmen van het oncomfortabele. Het is misschien oncomfortabel om een innovatie te delen die deels of niet is gelukt, of om in een samenwerking aan te geven waar je wel én niet goed in bent. Maar uiteindelijk komen we samen verder als we open naar elkaar durven zijn – en niet alles zelf op ons vertrouwde eilandje willen doen.’


Ruimte creëren voor eigen initiatief

Fiona: ‘Bij de afsluiting van de SINO-kickoff – waar we met de driehoek ontwerp, onderzoek en praktijk samen waren – kwam letterlijk aan bod wat Monique hier als laatste aangeeft. Als ontwerper heb je van nature de neiging om alles te willen doen, omdat je ziet wat de potentie is. Maar daarin zit ook een valkuil: je bent de hele tijd aan het afstemmen met praktijkpartners, en neemt allerlei zaken op je die veel tijd kosten. Het is de uitdaging om juist de verweving te zoeken, zodat je als ontwerper kunt focussen op wat je goed kunt.

Kick-off SINO - foto Lieve Galama
Kick-off SINO. Foto Lieve Galama

Je kunt verweving alleen niet forceren. Het moet vanuit alle deelnemers zelf komen. Hier hebben we in de voorbereiding van de eerste sessie rekening mee gehouden, door het programma in tweeën te splitsen. In de ochtend hebben we het geheugen opgefrist en gezorgd dat iedereen goed aan de startlijn staat. Wat gaan we doen? Welke doelen hebben we gesteld? Vervolgens hebben de groepen zelf de kaders geschept voor het tweede deel in de middag. Doordat we het heel vrij lieten dachten aanwezigen na de lunch: nu moet ik aan de bak. En dat pakte juist goed uit, want het zorgde voor flexibiliteit in het programma. Ouderenzorgorganisaties bijvoorbeeld vonden de vrije ruimte om buiten de eigen bubbel ervaringen uit te wisselen heel fijn.

Je kunt verweving niet forceren. Het moet vanuit de betrokkenen zelf komen.

Als ontwerpers gingen wij tijdens de sessie op zoek naar verweving. Hoe je dit kunt doen, is lastig voor te bereiden. Toen ik tijdens de sessie tussen drie groepen heen en weer aan het lopen was, kwam er bij mij spontaan een idee op. Ik hoorde bij de ene groep iets waarvan ik dacht: dit moet de andere groep weten. Ik ben toen boodschappen tussen de groepen heen en weer gaan brengen. Toen we vervolgens weer met z’n allen bij elkaar kwamen, lagen de uitkomsten niet ver uiteen. Vanuit dat punt was het makkelijker om met elkaar te creëren. Hadden we dat niet gedaan, dan waren de verschillende tafels een andere richting op gegaan. Nu waren de richtingen met elkaar verweven.’

SINO - En nu wij samen - morgenmakers & Actiz - foto Sem Jordaan
SINO - En nu wij samen - morgenmakers & Actiz. Foto Sem Jordaan


Ontwerpkracht als brug

Monique: ‘Wij hebben de eerste kickoff met de learning community van Leefomgeving van Morgen gehad. Naast het kernteam schoven daar vijftien partijen aan: van gemeenten en ontwikkelaars tot architecten en productontwerpers. We wilden zo de hele loop aan tafel brengen. Mijn ervaring met startsessies is dat iedereen gelijk op de inhoud wil duiken, maar dat moet je juist niet doen. Eerst moet je met elkaar gemeenschappelijke ambities stellen en ruimte bieden aan openheid. Vanuit onderling vertrouwen kun je vervolgens komen tot interessante ideeën – en een basis scheppen voor langdurige samenwerking.

Vrijheid laten in de sessie, zoals Fiona ook schetst, is wel spannend. Deelnemers kunnen namelijk ook denken: we ouwehoeren alleen maar met elkaar, is dat wel nuttig? Maar in deze beginfase is het faciliteren van het gesprek juist heel nuttig. Aanwezigen beseffen zich daardoor dat ze als mensen samenzijn, en niet zozeer als organisaties. Mensen vinden elkaar, horen nieuwe dingen, en gaan elkaar begrijpen – vooraan en achteraan in de keten. En ze gaan de potentie zien van wat ze als groep met elkaar kunnen doen.

Aanwezigen beseffen dat ze als mensen samenzijn, en niet zozeer als organisaties.

Na deze kennismaking gaan wij nu met Leefomgeving van Morgen toewerken naar een gedeelde visie, niet op papier maar juist in de leefomgeving zelf. Daarvoor gebruiken we het transitieplein in Living LAB 040. Op de plek van het plein zie je nu nog vooral betonnen platen, maar in drie interventierondes gaan we met partners en betrokkenen innovatieve oplossingen in de praktijk testen, onderzoeken en bespreken.

De eerste interventieronde staat in het teken van de auto. Minder auto’s, betekent meer ruimte voor groen. Maar niet iedereen kan zomaar een auto opgeven. De auto is dan ook een bron van persoonlijke verhalen: van een mantelzorger die de auto nodig heeft om een zieke moeder te verzorgen, tot een ondernemer die de auto nodig heeft voor werk. Met het transitieplein scheppen we zo integrale vergezichten, die helpen om in real-life gevolgen van keuzes te zien.

Hierdoor kunnen we betere gesprekken met elkaar voeren: je hebt het niet langer alleen over je eigen gedachten, maar bent bezig om samen iets te maken. Het is overigens niet zo dat we willen dat iedereen aan het einde van het project dezelfde taal spreekt. Die illusie heb ik ook niet. Het is vooral belangrijk dat ieder z’n eigenheid behoud. Ontwerpkracht kan zo juist fungeren als brug, die allerlei verschillende talen samenbrengt.’

Virtuele ontwerptool met GameModus = Living LAB 040
Virtuele ontwerptool met GameModus = Living LAB 040


Colofon

  • Schrijver: Twan Eikelenboom
  • Vormgeving: Cr.own Design Studio & RAAQT
  • Fotografie en beeld: Zie onderschriften. Beeld is gebruikt met toestemmingvan makers en/of rechthebbenden, en komt voort uit beschikbaar gesteld (pers)materiaal.