CardioLab

In het CardioLab, een samenwerking van de TU Delft, de Hartstichting en Philips Design, wordt met slimme technologie data gebruikt om hart- en vaatziekten vroegtijdig op te sporen en zo patiënten in de toekomst beter te behandelen.

Hart- en vaatziekten zijn wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak. Wat betreft zorg en preventie van hart- en vaatziekten valt nog veel te winnen. Zo kan het langduriger monitoren van hartpatiënten helpen om de nadelige gevolgen van deze ziekten te beperken. “We werken gezamenlijk aan slimme, datagedreven innovaties die de kwaliteit van leven van hartpatiënten verbeteren en medisch specialisten en andere hulpverleners beter inzicht geven in de conditie van de patiënt”, zegt onderzoeker Maaike Kleinsmann van de Delftse faculteit Industrieel Ontwerpen en directeur van het CardioLab. Datagedreven oplossingen maken het volgens haar mogelijk om data van mensen die tot de risicogroep behoren (hoge bloeddruk, overgewicht, roken) in kaart te brengen. “Hierdoor zijn hart- en vaatziekten eerder te herkennen en kan mogelijk ook sneller gestart worden met behandeling.”

Big data en ontwerpen
Nieuwe product-dienst combinaties vragen volgens Kleinsmann om nieuwe ontwerpmethoden voor industrieel ontwerpers. “De data die de systemen genereren vormen input voor services die specifiek aansluiten op de behoefte van de individuele gebruikers, denk aan ontspanningsoefeningen en voedingsadvies. Ontwerpers moeten dus flexibele systemen leren ontwerpen. Maar ook moeten ze om kunnen gaan met ‘big data’; de gezamenlijke input van alle gebruikers levert immers data op die artsen en verpleegkundigen kunnen helpen om het verloop van bepaalde ziektes beter te begrijpen.”

Met de komst van het CardioLab, en met behulp van nieuwe ontwerpmethoden, verwacht Kleinsmann een steeds vollediger beeld te krijgen van de verschillende factoren die een rol spelen bij een hartinfarct. “Signalen vroeg herkennen is cruciaal. Door grote groepen mensen op deze manier te volgen, kunnen onderzoekers vroege, aan de oppervlakte onzichtbare indicatoren, voor hart- en vaatziekten aan het licht brengen.”

Op maat
Binnen het laboratorium gebruiken ze niet alleen data over bloeddruk en hartritme. “We kijken ook naar andere data. Zo hebben we slimme sensoren die het gedrag van het individu observeren. Daarmee kan er gerichter advies worden gegeven wanneer iemand een hoog risico heeft op bijvoorbeeld een hartinfarct.” Bij welke inspanning stijgt de bloeddruk tot gevaarlijke hoogte? Is het stress- of inspanningsgerelateerd en hoe hangen die factoren samen? “Door mensen meer op maat te observeren, leert de technologie ons hoe het lichaam op bepaalde situaties reageert en of dat risico’s voor hart- en vaatziekten oplevert.”

Sensorarmband
Eind 2017 studeerde Leonard Moonen aan de TU Delft af op het eerste concrete resultaat van het CardioLab: een sensorarmband die boezemfibrilleren detecteert, zonder dat de patiënt hier veel hinder van ondervindt: Afi. “Dit is wenselijk omdat de fibrillaties in de vroege stadia van deze aandoening nog zeldzaam zijn. Op dit moment worden (mogelijke) patiënten maar 24 tot 48 uur gemonitord. Maar omdat dit een relatief korte periode betreft, is er een aanzienlijke kans dat je de ziekte niet constateert”, zegt Kleinsmann. “Dus het kan lijken alsof er niets mis is, terwijl de patiënt toch al behoorlijk ziek kan zijn. Om dit probleem aan te pakken, heeft Leonard een toepassing ontwikkeld die boezemfibrillaties kan detecteren via een sensor op de bovenarm. Dit apparaat kan lange-termijnmetingen uitvoeren, zodat je de kans vergroot dat je iets abnormaals vaststelt.”

Het CardioLab is tot stand gekomen met behulp van PPS-toeslag.

Tags: